Hoofdstuk 6. Uittredingen
Veel natuurvolkeren geloven dat hun sjamanen, medicijnmannen of –vrouwen of
witchdoctors in staat zijn om geestelijk hun lichaam te verlaten en een
zielenreis of astrale projectie te ondernemen naar de wereld van de
geesten. Ze zouden daar in contact kunnen treden met bovenmenselijke wezens,
zoals totemdieren, goden, engelen of zielen van overledenen. Er blijken zelfs
meer culturen te zijn die in dergelijke zielenreizen of psychische excursies
geloven dan culturen die daar niet van uitgaan.
De parapsychologie heeft in elk geval vastgesteld dat talloze mensen
ervaringen hebben die lijken aan te geven dat ze uit hun lichaam treden. Dit zou
zelfs een betrekkelijk gewoon verschijnsel zijn, aangezien volgens sommige
schattingen zo’n 10% van alle mensen minstens een keer een spontane uittreding
zou meemaken. Meestal gebeurt dat als ze uitrusten of ziek zijn, maar soms ook
in crisis- of stresssituaties of tijdens intense activiteiten zoals motorrijden
of een toestand van klinische dood. Parapsychologen spreken overigens meestal
niet meer van astrale projectie maar gebruiken neutralere termen zoals
Buitenlichamelijke Ervaring (BLE) en Out of the Body Experience
(OBE of OOBE).
Allerlei parapsychologen hebben in de loop der tijd onderzoek gedaan naar
uittredingen, waaronder F.W.H. Myers, Tyrell, Mrs. Sigdwick, Robert Crookall en
Celia Green. Een parapsychologe die bekend staat om haar skeptische, zuiver
psychologische verklaring van buitenlichamelijke ervaringen is Susan Blackmore.
Veel BLEs geven overigens zelf aanleiding tot een psychologische verklaring
doordat ze sterk persoonlijk gekleurd lijken en vooral ook doordat ze vaak
waarnemingen van de fysieke werkelijkheid bevatten
die onjuist zijn. Blackmore denkt dat het gaat om een onbewuste projectie van
voorstellingen of wensdroom over een andere werkelijkheid, bijvoorbeeld om
zichzelf gerust te stellen dat er űberhaupt zo’n andere realiteit bestaat. In
elk geval is dit psychologische model minder absurd dan andere theorieën.
Zoals dat uittredingen varianten van autoscopie zijn, een psychologisch
verschijnsel waarbij men beelden van het eigen lichaam ziet maar dan zonder dat
men het gevoel heeft uitgetreden te zijn. Of de freudiaanse theorie dat de
ervaring van vliegen tijdens een BLE een symbool is voor de extase tijdens een
orgasme.
Toch zijn er ook uittredingen bekend, onder meer tijdens zogeheten Bijna-dood
Ervaringen (zie hoofdstuk 7) die veridieke, paranormale elementen
blijken te bevatten. Het is niet zonneklaar of dergelijke BLEs radicaal
verschillen van andere uittredingen of dat de paranormale waarnemingen tijdens
buitenlichamelijke ervaringen net als tijdens dromen primair bepaald wordt door
eigen onbewuste processen. In het eerste geval zouden er naast echte
uittredingen van de ziel ook pseudo-BLEs bestaan die verwant zijn aan zogeheten
lucide dromen. Dit zijn dromen waarin de persoon in kwestie beseft dat
hij droomt en in staat is het verloop van zijn droom te sturen. Sommige
onderzoekers, zoals Celia Green, combineren hun studies van buitenlichamelijke
ervaringen om die reden ook met onderzoek naar lucide dromen. Een bekende
Nederlandse onderzoeker naar lucide dromen was Frederik van Eeden en
tegenwoordig houdt zijn landgenoot Frans Maissan zich er al jaren mee bezig.
Hoe dan ook komt er bij veel spontane BLEs een aantal gemeenschappelijke
kenmerken voor zoals: een gevoel van energie, merkwaardige trillingen en
geluiden voorafgaand aan de uittreding, een gevoel van vrijheid en de
mogelijkheid om enkel met je wil ergens heen te reizen, het vermogen om door
muren heen te kijken en dwars door muren heen te gaan, het waarnemen van een
mysterieuze verlichting van de omgeving, realistisch overkomende beelden en
geluiden van de fysieke wereld en een fijnstoffelijk lichaam, dat soms aan het
fysieke lichaam bevestigd lijkt te zijn middels een fijnstoffelijk ‘zilveren
koord’.
Verslagen van uittredingen
Een aantal mensen die meermalen BLEs hebben ondergaan schrijft hier boeken
over. Vaak beginnen uittredingen spontaan en ongepland waarna de persoon in
kwestie probeert zijn ervaringen onder controle te brengen en voortaan bewust
BLEs op te wekken. Er zijn hiertoe allerlei technieken ontwikkeld, van magische
rituelen en visualisatieoefeningen tot het gebruik van psychedelische drugs of
hypnotische trance. Eén van de bekendste recente verslagen van uittredingen is
geschreven door Robert Monroe die verschillende buitenlichamelijke locaties
(locales) beschrijft. Er bestaat een naar hem vernoemd Monroe
Institute dat na zijn dood nog steeds onderzoek doet op dit gebied. Sommige
lezers van boeken als dat van Monroe denken een ware gids in handen te hebben
voor een geestelijke wereld, vergelijkbaar met het Tibetaanse dodenboek. Het is
echter maar zeer de vraag of de beschreven locaties werkelijk bestaan of slechts
neerkomen op een soort onbewuste droomprojecties van de uittreders zelf.
Nog interessanter dan ervaringen van volwassenen zijn de BLEs van kinderen.
Joanne Klink schrijft hierover dat er kinderen zijn die vertellen over een ‘zich
zwevend voortbewegen’ en beweren ‘dat je spiralend uit en weer in het lichaam
komt en dat je zien kunt dat je via het zilveren koord met het aardse lichaam
verbonden bent.’ Van met name jonge kinderen mag men in veel gevallen aannemen
dat ze nooit iets over uittredingen gehoord of gelezen hebben als ze vertellen
over hun eigen BLEs.
Paranormale aspecten van spontane uittredingen
Parapsychologen hebben vastgesteld dat uittredingen gepaard kunnen gaan met
veridieke waarnemingen van de fysieke wereld, vergelijkbaar met helderziendheid
(travelling clairvoyance) zoals die bijvoorbeeld bij remote-viewing experimenten
kan voorkomen.
Ook zijn er enkele gevallen bekend waarin er sprake leek van een beïnvloeding
van de fysieke wereld. Zo ervoer een vrouw bestudeerd door Celia Green dat ze
tijdens een uittreding een blauwe anemoon uit een vaas in een aangrenzende kamer
haalde. Later constateerde zij dat de anemoon in kwestie werkelijk op de grond
lag.
Het overtuigendste soort paranormale fenomenen tijdens BLEs wordt gevormd
door de zogeheten reciprocal cases (reciprocal = wederkerig). Hierbij
wordt de uittredende persoon waargenomen door iemand die hij zelf tijdens zijn
BLE observeert.
Een voorbeeld werd vastgelegd door Gardner Murphy. Mr. Lawrence S. Apsey uit
New York City besloot op 13 november 1938 dat hij zou proberen om te verschijnen
aan zijn moeder zonder enige waarschuwing vooraf en zonder dat ze het zou
verwachten. Apsey zag tijdens een uittreding vervolgens zijn moeder in een
vleeskleurige japon op haar bed zitten. Hierbij viel hem op dat de nachtpon
gescheurd was of zo uitzonderlijk laag in de rug was uitgesneden dat de huid van
zijn moeder bijna vanaf haar middel te zien was. Hij maakte aantekeningen van de
uittreding en vertelde de volgende morgen alles aan zijn vader. Die ochtend
vertelde de moeder van Apsey zijn vrouw dat ze de afgelopen nacht om half één
gewekt was door een verschijning. Ze bleek werkelijk een vleeskleurige japon te
hebben gedragen die ze cadeau had gekregen en die haar niet zo goed paste, omdat
hij erg laag was uitgesneden in de rug zodat hij naar beneden hing en haar huid
liet zien vanaf haar middel. Ze werd gewekt doordat iemand zich over haar heen
boog en zijn gezicht dicht bij het hare hield. De vrouw vertelde dat het leek op
een blonde jongeman die overigens niet op haar zoon leek. Ze schreeuwde en
opende haar ogen, waarna de verschijning nog enkele seconden aanhield en
vervolgens vervaagde.
Bij bilocatie zou iemand (meestal een ‘heilige’ of yogi) op twee
plaatsen tegelijk worden waargenomen, wat volgens sommigen te maken zou hebben
met een verschijning van het uitgetreden fijnstoffelijke lichaam. Karlis Osis en
Erlendur Haraldsson hebben verhalen verzameld over bilocaties van Indiase
swami’s waarin de lichamen van die swami’s volgens talrijke afzonderlijke
getuigen tot dezelfde soort dingen in staat waren als normale fysieke lichamen,
waaronder zelfs thee drinken, eten en roken. Osis pleit voor meer onderzoek naar
dergelijke opmerkelijke beweringen.
Experimenteel onderzoek naar BLEs
Reeds in 1860 probeerden parapsychologische onderzoekers aan te tonen dat er
bij helderziendheid een geestelijk element is dat het lichaam verlaat. De
aanhangers van Mesmer hadden een eeuw daarvoor al iets dergelijks gedaan. Bij
proeven met zogeheten travelling clairvoyance magnetiseerde men een
sensitieve proefpersoon. Vervolgens moest deze zijn of haar lichaam verlaten en
naar andere plaatsen reizen om daar specifieke indrukken op te doen. Het is
duidelijk dat deze proeven veel lijken op de moderne experimenten met remote
viewing. Toch was er bij één van de geslaagde experimenten van de Zweed Backmann
met zijn proefpersoon Alma L. sprake van een verschijning van deze vrouw aan een
vriend van de onderzoeker. Begin 20e eeuw werden dergelijke proeven
herhaald met het bekende medium Eileen A. Garrett.
In de jaren ’60 deed Charles Tart onderzoek naar de psychofysiologische
kenmerken van BLEs, zoals de EEG die bij een uittreding zou optreden, maar hij
bereikte geen eenduidige resultaten.
Karlis Osis en Janet Mitchell probeerden om ESP (in de vorm van remote
viewing) te scheiden van eventuele echte uittredingen. Volgens Osis zou de
waarneming bij een echte uittreding moeten verschillen van helderziendheid
doordat het anders dan ESP veel zou lijken op normale waarneming. Om die reden
ontwikkelde hij een proefopstelling fly-in genaamd waarbij een voorwerp
vervormd te zien is door toedoen van bepaalde optische apparaten, als men het
vanuit een bepaald punt waarneemt. Twee ster-uittreders, Alex Tanous en Ingo
Swann, moesten proberen om het voorwerp precies vanaf dat punt te bekijken.
Hoewel zijn verwachtingen volgens Osis grotendeels bevestigd werden, wil dat nog
niet zeggen dat daarmee waarneming tijdens een BLE ook werkelijk verschilt van
ESP. D. Scott Rogo stelt wat dat betreft dat de geest wellicht onbewust gebruik
maakt van zijn ervaring met normale waarneming als model om paranormale
informatie te ordenen.
De derde ster-uittreder uit deze periode heet Stewart ‘Blue’ Harary. Hij deed
onder andere mee aan proeven waarbij andere zintuigen dan het gezicht tijdens
een uittreding werden getest, en toonde aan dat mensen gedurende een BLE ook
correcte auditieve indrukken kunnen krijgen.
Robert Morris deed voorts nog erg interessante experimenten met Stewart
‘Blue’ Harary waarin hij uittestte of mensen of dieren hem op de een of andere
manier konden waarnemen terwijl uittrad. Hoewel knaagdieren niet op Blue’s BLEs
reageerden, gold dit wel voor zijn eigen kat Spirit, die steeds rustig werd op
het onvoorspelbare moment dat Blue uitgetreden was. Ook mensen blijken soms te
reageren op de mogelijke aanwezigheid van een proefpersoon tijdens een
experimentele uittreding.
Zelfs voor psychokinetische effecten tijdens buitenlichamelijke ervaringen
bestaat experimenteel bewijsmateriaal. Pat Price scoorde hoog in een onderzoek
waarbij men een gesloten elektrisch geïsoleerde ruimte gebruikte waarin een
object aan een dun draadje hing. Het ging om een erg gevoelig instrument dat de
kleinste bewegingen registreerde. Natuurlijk is het hierbij niet goed mogelijk
om gewone, niet aan de uittreding zelf gerelateerde PK van Price uit te
sluiten.
De Braziliaan Waldo Vieira is de voornaamste onderzoeker naar BLEs buiten de
Engelstalige wereld. Hij duidt zijn onderzoek aan met de term
projeciologia, die naar het oude woord ‘astrale projectie’ verwijst.
Vieira schreef een encyclopedie over het vakgebied en verzon allerlei nieuwe
termen om aspecten ervan aan te duiden.
ESP of fijnstoffelijkheid?
Er zitten hoe dan ook psychologische aspecten aan uittredingen, omdat de
waarneming bij veel buitenlichamelijke ervaringen niet overeenkomt met de
fysieke werkelijkheid. Tegelijkertijd zijn er betrouwbare paranormale ervaringen
gedocumenteerd die optreden tijdens een BLE. Men kan theoretisch gezien in
principe twee kanten op met deze gegevens rond de buitenlichamelijke ervaring.
Of er is sprake van een psychologische projectie waarbij ook reële
paranormale ervaringen optreden. Bij lucide dromen zijn trouwens ook zeldzame
gevallen bekend waarin twee dromers elkaar ontmoeten in een droomwereld, en
daarbij bewust een gedeelde ervaring creëren.
Of het gaat juist om een reële uittreding van een fijnstoffelijk voertuig
van de ziel die echter gekleurd wordt door beelden uit het onbewuste van de
persoon in kwestie. Misschien is er ook niet sprake van één fenomeen, maar van
een tweetal fenomenen die alleen subjectief veel op elkaar lijken. Aan de ene
kant zou er een soort lucide dromen kunnen bestaan die veel lijken op een
uittreding maar toch door de persoon zelf veroorzaakt worden. Daarbij zouden
soms paranormale ervaringen kunnen optreden. Aan de andere kant zouden er echte
BLEs kunnen zijn, met name in het geval van bijna-dood ervaringen of in gevallen
waarin de uitgetreden persoon wordt waargenomen door derden.
Volgens Celia Green zijn er overigens veel voorkomende verschillen tussen
lucide dromen en echte uittredingen. Zo begint een uittreding meestal wanneer
iemand wakker is en lijkt de waarneming tijdens een BLE normaler dan tijdens een
lucide droom. Ook bevatten lucide dromen vaker symbolische en fantastische
elementen en voelt iemand zich tijdens een BLE vrijer dan tijdens een lucide
droom waarbij hij het gevoel kan hebben helemaal geen lichaam te bezitten.
Tijdens een uittreding beseft men in elk geval terecht dat de geest niet
samenvalt met de hersenen of het lichaam als geheel.
Literatuur
Blackmore, S. (1982). Beyond the body: An investigation of Out-of-the-body
Experiences. Londen: Heinemann.
Crookall, R. (1968). The mechanisms of astral projection: denouement after
seventy years. Moradabad: Darshana International.
Dongen, H. van, & Gerding, H. (1993). Het voertuig van de ziel: het
fijnstoffelijk lichaam: beleving, geschiedenis, onderzoek. Deventer:
Ankh-Hermes.
Green, C. (1970). Lucide dromen. Meppel: Boom.
LaBerge, S. (1986). Creatief dromen. Rijswijk: Elmar.
Mitchell, J.L. (1986). Uittredingservaringen. Naarden: Strengholt.
Monroe, R.A. (1977). Uittredingen: experimenten buiten het lichaam.
Deventer: Ankh-Hermes.
Neiman, C., & Goldman, E. Leven na de dood: een complete gids voor het
hiernamaals. Rijswijk: Elmar.
Rogo, D.S. (1978). Mind beyond the body: the mystery of ESP
projection. Harmondsworth: Penguin Books.
Vieira, W. (1986). Projeciologia. Rio de Janeiro.
Drs. Titus Rivas is verbonden aan Stichting Athanasia en is medewerker van o.a. het
blad Terugkeer van Stichting Merkawah, ParaVisie, Paraview en Prana.
Rivas is altijd geïnteresseerd in nieuwe ontwikkelingen op parapsychologisch
gebied en nodigt u uit uw eigen paranormale ervaringen met hem te delen: titusrivas@hotmail.com
Stichting Athanasia verzorgt bovendien parapsychologische
consulten tegen tarieven gekoppeld zijn aan iemands uitkering.
(Athanasia is een ideele stichting en de consulten komen uitsluitend ten goede
aan haar activiteiten).